Radicalisering

Radicalisering

Een van mijn specialismen betreft radicalisering en terrorisme, met name vanuit jihadistische ideologie. Daarover schreef ik een serie artikelen die dit vraagstuk vanuit verschillende perspectieven belicht, zoals bijvoorbeeld de vraag naar de (wetenschappelijke) status van diverse programma's tegen radicalisering. Of het fenomeen van de lone wolf die toch niet zo heel eenzaam is, waarover ik expert Paul Gill interviewde. Een van de wereldwijd meest gerenommeerde terreurexperts, de Zweed Magnus Ranstorp, sprak ik over de aanslagen in Kopenhagen waar hij bij toeval middenin zat, en hoe IS een nieuw soort, nog gruwelijker dreiging is gaan vormen. 

Nog steeds loopt mijn onderzoek naar de zogeheten Van Gogh-taps, ofwel de taps die de AIVD maakte in het pand aan de Haagse Antheunisstraat, waar twee leden van de zogeheten Hofstadgroep woonden. Waarom de omstandigheden rond de moord op filmmaker Theo van Gogh op 2 november 2004 niet alleen historisch, maar ook journalistiek gezien nog steeds van belang zijn, leg ik uit in deze podcast voor de Volkskrant met Jonathan van het Reve.

Kort gezegd komt het erop neer dat er nog maar een paar vraagtekens resten over wat de inlichtingendienst nu wel en niet wist over de Hofstadgroep, voorafgaand aan de moord op Van Gogh. Na de rechtszaken en de rapporten van de onafhankelijke toezichthouder, de CTIVD, is duidelijk geworden dat de dienst meer aandacht had moeten besteden aan Mohammed B., die na de moord door ministers Remkes en Donner ten onrechte werd gekwalificeerd als randfiguur ('in de periferie van de Hofstadgroep'). Achteraf bleek ook bij de AIVD zelf informatie aanwezig te zijn waaruit bleek dat B. als een soort penningmeester optrad van de club, contact had met een internationale topterrorist en online een zeer agressieve jihadistische boodschap propageerde.

Maar werd B. misschien ook geholpen bij zijn daad, of wisten anderen - een deel van de groep kwam regelmatig bij elkaar, mede om het jihadistisch gedachtegoed te bespreken - meer van zijn plannen?

Al in 2008 interviewde ik Van Goghs voormalige zakenpartner Gijs van de Westelaken hierover voor Dagblad de Pers. Hij verbaasde zich over het feit dat in de rechtszaak tegen Mohammed B. en tegen Jason W. en Ismail A., die veroordeeld werden voor hun gewelddadige verzet bij hun aanhouding op 10 november 2004 in de Antheunisstraat, alleen de taps van na de moord een rol speelden. Die van voor de moord zouden buiten beeld blijven. En waarom? Daar is altijd een rookgordijn opgetrokken: nu eens stond bronbescherming in de weg, dan weer waren het technische onvolkomenheden ("slechte audiokwaliteit"), dan weer zou er niet veel meer op staan dan hondengeblaf en voorbijrijdende trams.

Het was, zo begreep ik, ook tot zijn frustratie dat officier van justitie Frits van Straelen deze taps niet kreeg van de AIVD. Toen hij tien jaar na de moord bij EenVandaag nogmaals uiting gaf aan zijn gevoelen dat B. hoogstwaarschijnlijk hulp gehad moet hebben (verkenning van de route, verkrijging van het wapen, et cetera), gaf de Tweede Kamer opdracht aan toenmalig minister Ronald Plasterk om het nog een keer goed uit te laten zoeken. En toen, jazeker, doken de taps opeens weer op. Ze bleken er nog gewoon te zijn, althans in de back-upversie - ofschoon de adjunct van de dienst de nabestaanden, onder wie Theo's vader Johan van Gogh, oud-medewerker van de BVD, had verteld dat ze onvindbaar waren.

De CTIVD heeft de uitgewerkte gesprekken, plus nog nieuwe informatie (tips van informanten en agenten, et cetera) die tussen november 2004 en november 2014 was binnengekomen over de moord op Van Gogh, nauwkeurig onderzocht. Conclusie: de AIVD had ten onrechte een stuk of tien tips niet doorgespeeld van het OM, over vier eventuele handlangers van B. (in het rapport genaamd personen 1, 2, 3 en 4). Op de taps zelf had de toezichthouder geen concrete aanwijzingen gevonden over een ophanden zijnde aanslag, maar wel dat in het pand na de moord door een van de aanwezigen is opgemerkt dat 'xxx toch aan iemand anders gevraagd had om Van Gogh te vermoorden?'.

Laat die bedoelde verdachte xxx nou precies dezelfde zijn als persoon 2, over wie in 2011 exact dezelfde tip binnenkwam bij de dienst, namelijk dat hij eerst iemand anders gevraagd zou hebben om de moord te plegen. Ondanks dit toch opvallende gegeven, en het doorspelen van alle gevonden aanwijzingen aan het OM, werden er geen nieuwe onderzoeken dan wel vervolgingen opgestart.

Misschien omdat bepaalde verdachten spoorloos verdwenen zijn, zoals Redouan al-I. alias Abu Khaled, de Syrische geestelijk leidsman van de groep, die in de vroege ochtend van 2 november 2004 wegvluchtte uit Nederland. Misschien omdat justitie, begrijpelijkerwijs, meer prioriteit geeft aan acutere dreiging van de nieuwe generatie (IS-)jihadi's. Misschien, we moeten ernaar raden. Er is nooit een motivering gegeven waarom er met de nieuw beschikbare informatie niets wordt gedaan.

In elk geval vormde dit het startsein voor mij tot het indienen van een verzoek bij Binnenlandse Zaken, en wel tot inzage van de taps en alle onderliggende stukken. Als er niets in staat dat nog actuele aandacht van het OM verdient, dan zou het toch - al was het maar voor een historische reconstructie - ingezien mogen worden? Niettemin besloot minister Plasterk, die er destijds over ging, tot het weigeren van dit verzoek. Na een bezwaarschrift volgden enkele pagina's tekst van de uitgewerkte gesprekken, maar... alleen van na de moord. Zo waren we terug bij af: nog steeds ontbreekt alle transparantie rond de AIVD-operatie in het pand dat behangen was met microfoons; de twee bewoners, op zoek naar woonruimte, waren er destijds ingeluisd, zoals het heet.

Mijn open brief aan 'Ome Roon' bleef onbeantwoord.

Daarom besloot ik samen met Gijs van de Westelaken en Roger Vleugels, juridisch expert op het gebied van openbaarheid en de inlichtingendiensten, de gang naar de rechter te nemen. Hoe onze beroepszaak bij de Haagse rechtbank nogal teleurstellend verliep, staat hier zeer raak beschreven. Momenteel loopt de zaak in hoger beroep bij de Raad van State, de hoogste beroepsinstantie op bestuurlijk vlak in ons land. Een vonnis laat vermoedelijk nog enige maanden op zich wachten, het is de vraag of deze er zal zijn voor de zomer van 2019. Maar gelet op de kritische houding van de rechters ter zitting, kan ik in elk geval bevestigen dat het vertrouwen in de Nederlandse rechtsstaat nog steeds groot is.

Ik geloof niet in een complot; hier niet, en meer in het algemeen niet. Wel worden overal waar gewerkt wordt, ook fouten gemaakt; dat geldt evengoed voor de AIVD, die met (destijds zeker) beperkte middelen en beperkte mankracht, met bovendien een tekort aan betrouwbare tolken, een voor ons land compleet nieuwe dreiging in de gaten moest gaan houden. De aanslagen die verijdeld worden, halen niet het nieuws, veel goed werk blijft verborgen. En per definitie is het onmogelijk om alle terreurverdachten in een land 24/7 te schaduwen. Het zou zomaar kunnen dat de dienst destijds - rond de periode van de moord - kampte met een achterstand in het uitwerken van de taps, die sowieso niet continu uitgeluisterd konden worden. Wie ben ik dan, als relatieve buitenstaander, om hard te oordelen?

Desalniettemin blijf ik van oordeel dat de (politieke) verantwoording achteraf tekort heeft geschoten; zeker omdat het hier gaat om een terreurdaad die de eerste jihadistische aanslag vormde in Nederland en die zo'n grote impact heeft gehad op het maatschappelijk klimaat en de vrije meningsuiting - de 'blasfemie' van Van Gogh, regisseur van Ayaan Hirsi Ali's islamkritische film Submission, vormde het hoofdmotief voor de dader.

Nee, we krijgen er het slachtoffer niet mee terug, en wat mij betreft hoeven er ook politiek gezien geen 'koppen te rollen'. En het stemt me zelfs positief dat iemand als Jason Walters zo overtuigend gederadicaliseerd is dat hij zich nu juist inzet tegen het jihadistische gedachtegoed. Ik geloof dat hij daarin oprecht is, lees ook dit fraaie interview met hem door Janny Groen.

Maar het enige wat er nu nog aan ontbreekt, is dat ook het laatste puzzelstukje - wat is er in de periode voor de moord gezegd in het pand aan de Antheunisstraat? - vrijgegeven wordt.

(Foto Theo van Gogh in 1984: Sjakkelien Vollebregt / Anefo / Nationaal Archief)