Politiek

Hoe Venezuela in deze hel belandde dankzij het ‘chavismo’

Terwijl de Amerikanen zich opmaken voor een militaire interventie, en de EU juist oproept om het te houden bij nieuwe verkiezingen, glijdt het volk van Venezuela steeds dieper de ellende in. Gebrek aan eten, aan medicijnen, aan alles. Ziekenhuizen waar de stroom uitvalt en de stank ondraaglijk wordt. Vrachtwagens met noodhulp vliegen in brand en betogers worden doodgeschoten. Tien- of honderdduizenden levens staan op het spel.

Intussen mogen we ons ook afvragen hoe het land in deze uitzichtloze situatie is beland. En dan kunnen we niet om de opperpopulist Hugo Chávez heen, en diens chavismo.

Toen Chávez, de voorganger van Nicolás Maduro, nog de baas was van het land, draaide het tv-programma Alo Presidente!. Een urenlange show waarin de linkse populist rechtstreeks reageerde op problemen van bezorgde burgers. Beroemd is de anekdote waarin hij live in de uitzending het bevel gaf om legertroepen naar de grens met Colombia te sturen. Of die waarin hij hem onwelgevallige cartoonisten de huid vol schold.

Zoals populisten graag doen, zocht Chávez een directe verbinding met ‘het volk’, waarvan hij de enige waarachtige representant zou zijn. Ja, ooit verkoos dat volk hem met duidelijke meerderheid verkoos boven de oude, corrupte elites.

Het is namelijk geen toeval dat Zuid-Amerika de geboorteplek is van het populisme als staatsvorm, betoogt de Argentijnse historicus en populisme-expert Federico Finchelstein. Het continent kent de grootste ongelijkheid in de wereld, met van oudsher grote sociaal-economische verschillen tussen de (relatief vaker witte) elite en het (relatief vaker van gemengde komaf) volk. Wie het volk als een soort blok kan mobiliseren tegen die elite, kan daarmee lang aan de macht blijven, zoals bijvoorbeeld de Argentijnse generaal en politicus Juan Perón – de eerste regerende populist – bewees.

Ook in het dankzij de olie relatief welvarende Venezuela ging de ongelijkheid steeds meer wringen, zeker toen het land in de jaren negentig in een recessie belandde. Chávez, die als legerofficier eerder al een mislukte coup pleegde, surfte in 1999 op de golf van onvrede onder de armere bevolking naar het presidentschap. Om daarna zijn eigen variant van het socialisme in te voeren, waarbij hij steevast de VS als de grote Satan afschilderde. En ook daar waren ook legitieme redenen voor, gezien de Amerikaanse steun in het verleden aan dubieuze rechtse dictators in Midden- en Zuid-Amerika.

Maar zoals elk populisme, als het eenmaal aan de macht is, te maken krijgt met de verleidingen die het oude systeem karakteriseren, zo verwerd de strategie van Chávez en diens opvolger Maduro steeds meer een systeem van cliëntelisme: de armeren kregen douceurtjes, steunpakketten die soms live in Alo Presidente werden aangekondigd. Hoe Robin Hood-achtig dat ook klinkt, het is een doodlopende straat. Want wie vooral profiteerden, was de fanatieke aanhang van de partij. En gelijkgezinden in andere landen, zoals Cuba. Zolang je het chavismo maar steunde, rolden de dollars je kant uit.

Alleen al in de jaren 1998-2008 kwam er in Venezuela zo’n 325 miljard dollar binnen aan olieverkoop. Werd dat geld geïnvesteerd in de zorgsector, in innovatie, infrastructuur en onderwijs? Het antwoord laat zich raden: het geld was slechts het glijmiddel voor de politiek. En ook de ‘linkse’ elite vulde zijn zakken: de vicepresident zou bijvoorbeeld een vermogen van honderden miljoenen vergaard hebben.

Zo gleed de algehele economie naar de afgrond. Intussen zette Chávez de grondwet naar zijn hand met een referendum, waardoor hij tot in het oneindige kon worden herkozen. Nog zo’n vast karaktertrekje van populisten: ze hebben verkiezingen nodig voor hun legitimiteit, om namens het volk te kunnen spreken, maar ze hebben een broertje dood aan de checks and balances van de rechtsstaat – zoals onafhankelijke rechters en kritische media.

Sinds de oud-legerofficier werd geveld door kanker, zet Nicolas Maduro het systeem voort – miljoenen mensen zijn het land ontvlucht. Parlementariërs die te kritisch werden, legde hij het zwijgen op via het door hem gecontroleerde hooggerechtshof. Dus als iemand een coup gepleegd heeft, is hij het wel, en niet Guaidó, de parlementsvoorzitter die zichzelf in deze crisis heeft benoemd tot interim-president.

De erkenning van Guaidó door Nederland en Europa, maar ook door de VS en andere Zuid-Amerikaanse landen, is een logische stap. Noodhulp en medicijnen het land in krijgen, eerder vandaag dan morgen. En dan het politieke systeem opnieuw opbouwen. Algemene verkiezingen zijn een goed begin, maar zeker niet het hele werk: de rechtsstaat dient weer te functioneren, met echt onafhankelijke rechters en echt vrije pers.

Gezien bovengenoemd ‘foute’ verleden van de VS in Latijns-Amerika, zou Trump extreem terughoudend moeten zijn met militair ingrijpen. Dat kan averechts werken voor de geloofwaardigheid van Guaidó en iedereen die nieuwe verkiezingen voorstaat. Het past namelijk precies in het ‘imperialistische’ beeld van de VS waarmee de Venezolanen al decennia zijn geïndoctrineerd, en soms niet eens ten onrechte. Bovendien moet voorkomen worden dat de ‘oude’ elite weer op even corrupte wijze als vroeger aan de touwtjes gaat trekken.

Het is daarom beter om zo lang mogelijk in te zetten op een vreedzame oplossing. Diplomatie achter de schermen moet ervoor zorgen dat de internationale bondgenoten van Maduro, Rusland en China, inzien – desnoods geholpen door enige vorm van compensatie, gezien hun economische belangen in het land – dat de huidige situatie niet kan voortduren. Maar als Maduro de noodhulp blijft weigeren en de colectivos (een soort paramilitaire groeperingen) op nog grotere schaal onschuldige burgers gaan doden, zou gewapend ingrijpen wel eens de meest humanitaire oplossing kunnen zijn.